Interpretatie ISQ
Lees en duid je eigen ISQ-grafiek met de trainer.
Interpretatie van je ISQ
- 60 min
- 60 min
- Hele groep
- Hele groep
- Met trainer
- Met trainer
Je hebt vooraf je Invloedsstijl Vragenlijst (ISQ) ingevuld, samen met je supporters. Nu lees je de grafiek samen met de trainer en geef je betekenis aan wat je ziet.
Zo lees je je ISQ-grafiek
De grafiek toont vier stijlen — Overreden, Stellen, Overbruggen, Inspireren — in twee kleuren: jouw zelfscore en het gemiddelde van je supporters.
Kijk eerst naar de hoogste staaf
Dit is je voorkeursstijl. Vaak voelt deze 'gewoon normaal' — het is het gedrag dat zonder nadenken naar boven komt onder druk.
Vergelijk daarna met de laagste
Welke stijl gebruik je het minst? Dat is geen tekort — wel een blinde vlek. In situaties waar deze stijl gevraagd wordt, val je vermoedelijk terug op je voorkeursstijl.
Let op het verschil zelf vs supporters
Zien anderen wat jij ziet? Een groot verschil betekent niet dat één partij gelijk heeft — wel dat er iets te bespreken valt over hoe je overkomt.
Stel één verdiepingsvraag
Kies één opvallend element en stel daar een vraag over aan de trainer of een mededeelnemer. Aanname-vragen helpen niet; nieuwsgierige wel.
Patronen die vaak terugkomen
Tijdens de interpretatie zie je vaak een van deze patronen ontstaan. Herken je er een?
- Twee push-stijlen hoog, twee pull-stijlen laag — je werkt vooral met argumenten en grenzen.
- Twee pull-stijlen hoog, twee push-stijlen laag — je werkt vooral via verbinding en visie.
- Alle vier ongeveer gelijk — bewust breed, of nog geen scherpe voorkeur ontwikkeld?
- Eén stijl duidelijk hoger dan de rest — sterk profiel, maar mogelijk eenzijdig onder druk.
Wat je meeneemt
Sluit de sessie af door één observatie en één leerdoel op te schrijven. Deze nemen we mee de Verkenning-dagen in.
- De observatie die mij het meest is bijgebleven.
- De stijl waarvan ik wil dat hij groeit tijdens deze training.
- Een concrete situatie waarin ik die stijl ga oefenen.
Achtergrond van het ISQ
Het Invloedsstijl-model is sinds de jaren '70 doorontwikkeld door Bureau Zuidema op basis van honderden organisatiestudies. De vier stijlen zijn empirisch gevonden — niet bedacht — en blijken in vrijwel elke cultuur herkenbaar.
“Je ISQ zegt iets over je voorkeur, niet over je plafond. Je kunt elke stijl trainen.”
