Het geven en ontvangen van Feedback
Theorie en richtlijnen voor effectieve feedback.
Feedback geven en ontvangen
- 30 min
- 30 min
- Hele groep
- Hele groep
- Met trainer
- Met trainer
De rest van de training werkt met feedback — van de trainer, van mededeelnemers, van jezelf. Hoe zorgvuldiger je leert geven en ontvangen, hoe meer je hier mee thuis neemt.
Vier richtlijnen voor goede feedback
Goede feedback is concreet, eigen en gericht op gedrag dat te veranderen is. Houd onderstaande punten paraat tijdens de oefeningen.
Beschrijf gedrag, niet de persoon
Zeg wat je iemand zag doen of hoorde zeggen — niet wat voor type iemand 'is'. 'Je onderbrak Anna drie keer' werkt; 'je bent dominant' niet.
Spreek vanuit jezelf
Gebruik 'ik' in plaats van 'men' of 'we'. Zo blijft duidelijk dat dit jouw waarneming is en bied je de ander ruimte om er wel of niet iets mee te doen.
Benoem het effect
Vertel wat het gedrag bij jou losmaakte of welk effect je zag bij de groep. Dat geeft de ander iets om op te reageren, niet alleen iets om over te oordelen.
Doe een concreet verzoek
Sluit af met wat je in plaats daarvan zou willen zien. Een verzoek opent een gesprek; een verwijt sluit er één af.
Wanneer je feedback ontvangt
Ontvangen is minstens zo'n vaardigheid als geven. Train deze houding tijdens de oefeningen.
- Luister zonder direct te verdedigen.
- Vraag door op voorbeelden — 'wanneer zag je dit?'
- Bedank voor de feedback voordat je iets met de inhoud doet.
- Bepaal pas later wat je ermee gaat doen; niet alles wat gezegd wordt klopt.
Punten voor feedback en nabespreking
Tijdens de feedback en nabespreking kunnen jullie aandacht besteden aan:
- Is de oefenaar duidelijk in diens grens of wens zonder toe te geven of in te leveren?
- Vraagt de oefenaar goed door? Lukt het de oefenaar om de weerstand bij de ander weg te nemen?
- Zet de oefenaar waarderen in om te oordelen over het gedrag van de ander?
- Wordt er door de oefenaar gezocht naar oplossingen?
- Hoe zet de oefenaar faciliteren/sanctioneren in?
Waarom dit zo precies werkt
Onze hersenen verwerken kritiek standaard als dreiging. Dat is geen karakter, dat is biologie. De richtlijnen hierboven zijn ontworpen om die dreiging-respons te verlagen — zodat het signaal aankomt in plaats van te worden afgeketst.
“Feedback die niet over gedrag gaat, kan niet leiden tot ander gedrag.”
