Diagnose opdracht
Breng je huidige invloedsstijl en gedrag in kaart.
Diagnose opdracht
- 45 min
- 45 min
- Hele groep
- Hele groep
- Met trainer
- Met trainer
Je brengt je huidige invloedsstijl en gedrag in kaart. Door bewust te kijken naar wat je doet — en wat het effect daarvan is — leg je een eerlijke basis voor de rest van de training.
Zo doe je de opdracht
Werk de opdracht in vier stappen door. Doe het op je eigen tempo — je hebt ongeveer 45 minuten. Een trainer is aanwezig om mee te denken.
Kies een recente situatie
Denk aan een werkmoment van de afgelopen weken waarin je invloed probeerde uit te oefenen — een vergadering, een lastig gesprek, een presentatie. Liefst eentje waar het anders liep dan je hoopte.
Beschrijf wat je deed
Schrijf in twee of drie zinnen op welk gedrag je liet zien. Welke woorden gebruikte je? Welke houding nam je aan? Wat was je intentie?
Vraag jezelf naar het effect
Wat deed de ander? Wat bereikte je wél, en wat juist niet? Probeer beschrijvend te blijven — nog niet oordelend.
Benoem je patroon
Welk gedrag herken je terug in andere situaties? Is dit jouw 'go to' stijl als de spanning oploopt? Noteer één observatie die je in de groep wil bespreken.
Situaties om uit te kiezen
Geen idee welke situatie je kiest? Pak er één van deze veelvoorkomende werkmomenten waar invloed direct merkbaar is.
- Een vergadering waar jouw voorstel niet werd overgenomen.
- Een gesprek met een collega die zich aan een afspraak niet hield.
- Een moment waarop je 'nee' wilde zeggen maar 'ja' zei.
- Een presentatie waar de groep onverwacht passief reageerde.
- Een terugkoppeling die anders viel dan je verwachtte.
Punten voor de nabespreking
Bij de nabespreking met de trainer en de groep besteden jullie aandacht aan onderstaande vragen.
- Welk gedrag liet je zien — en wat zegt dat over je voorkeursstijl?
- Wat was het effect op de ander? Wat had je niet voorzien?
- Welk patroon herken je in meerdere situaties?
- Wat zou je willen verschuiven in je gedrag — en waarom?
Achtergrond
De Zuidema-methode kijkt naar invloed langs twee assen: push (overreden, stellen) en pull (overbruggen, inspireren). De meeste mensen hebben een sterke voorkeur voor één kwadrant en gebruiken de andere drie veel minder.
“Invloed is geen karaktertrek. Het is gedrag — en gedrag kun je oefenen.”
Tijdens de Verkenning-dagen ga je elke stijl apart bekijken. De diagnose vandaag is je startfoto: hier sta je nú, voor we gaan oefenen.
